SBAR methode / SBARR

SBAR

In de jaren 90 van de vorige eeuw ontstond er in de Verenigde Staten behoefte aan een snelle en gestructureerde manier om te communiceren tussen medische professionals. De SBAR methode werd ontwikkeld en vanaf 2007 is deze methode (uitgebreid tot SBARR) ook in Nederland in gebruik. Met name in de Nederlandse ziekenhuizen zie je de methode anno 2019 steeds meer in gebruik als communicatiemiddel tussen zorgverleners.

Wat is SBARR?

SBARR staat voor:

  • Situation (situatie)
  • Background (achtergrond)
  • Assesment (beoordeling)
  • Reccomendation (aanbeveling)
  • Repeat (herhalen)

De tweede R (repeat) zie je niet standaard terug in de SBARR methode. Deze stap van de SBAR R is echter wel een belangrijke. Er wordt nog eens herhaald wat er wordt gecommuniceerd en afgesproken, zodat fouten tot een minimum worden beperkt. Een juiste en efficiënte communicatie tussen medisch hulpverleners is vooral van belang in acute situaties. Wanneer je als verpleegkundige een instabiele patiënt hebt, kun je met deze methode de arts zo snel mogelijk correct informeren. De methode wordt anno 2019 reeds aangeleerd tijdens veel mbo-v en hbo-v opleidingen tot verpleegkundige. Hoe je de methode daadwerkelijk gebruikt, wordt hier uitgelegd.

Gebruik van de SBAR methode

Zorg ervoor dat je voordat je de arts (of andere professional) belt, je belangrijke informatie paraat hebt.  Een arts staat soms bij een andere patiënt wanneer jij belt of zit al in een andere kritieke situatie. Dat betekent dat jouw communicatie vlot en correct moet zijn. Verzamel dus je benodigde informatie (naam en geboortedatum van de patiënt, laatst gemeten vitale functies, eventuele gebruikte medicatie of laboratoriumwaarden). Kennis van medische zaken is dan ook belangrijk!



Voorbeeld situatie met SBARR methode

  • Situation: Stel jezelf voor. Wat is je relatie tot de patiënt? Wat is de situatie waarover je belt?
    Bijvoorbeeld: “Hallo, u spreekt met …, verpleegkundige van de afdeling … . Ik bel voor een patiënt van mij, mevrouw Jansen en ik maak mij zorgen omdat…”
  • Background: Hier vertel je over de diagnose die de patiënt heeft gekregen, maar ook over de gebruikte medicatie, eventuele allergieën of laboratoriumuitslagen. Vitale functies noem je hier op, evenals relevante voorgeschiedenis.
    Bijvoorbeeld: “Mevrouw Jansen is opgenomen met een longontsteking en daarvoor gisteren gestart met antibiotica. Zij voelt zich nu echter erg benauwd en heeft een saturatie van 92% en. De overige controles zijn … en ik vind haar enkels en handen nogal oedemateus (vocht vasthouden).”
  • Assessment: Wat denk je zelf van de situatie en wat zou er aan de hand kunnen zijn? Hier kun je zelf al wat meedenken met de arts.
    Bijvoorbeeld: “Ik denk zelf dat het wellicht overvulling zou kunnen zijn, maar ik weet het niet zeker.”
  • Reccommendation: Wat wil je dat er gaat gebeuren? Vertrouw je het niet en wil je dat de arts langskomt? Zeg dat dan ook.
    Bijvoorbeeld: “Ik denk dat je binnen nu en 30 minuten langs moet komen om mevrouw zelf te beoordelen.”
  • Repeat: Herhaal het antwoord, zodat er geen misverstanden ontstaan over het beleid.
    Bijvoorbeeld: “Dus je komt binnen een half uur en wil graag dat ik bij mevrouw alvast 1 liter zuurstof toedien en daarnaast alvast furosemide (plasmiddel) klaarmaak.”

In de praktijk betekent bovenstaand gesprek dat je een afspraak met de arts hebt gemaakt. In veel gevallen is het de bedoeling dat de arts de genoemde afspraken ook nog schriftelijk vastlegt. In sommige instellingen mag je als verpleegkundige pas een taak uitvoeren wanneer dit schriftelijk is vastgelegd. Informeer bij jouw instelling of afdeling hoe dit geregeld is.

Bronnen: SBARR communiceren