Een vaccin; hoe zit dat nu precies?

Tijdens de coronacrisis werken laboranten en artsen hard aan een vaccin tegen het coronavirus. Een vaccinatie tegen COVID-19 zou ervoor zorgen dat het leven weer meer en meer ‘normaal’ wordt. Maar wat zit er eigenlijk in een vaccinatie en hoe werkt zo een inenting?

Wat is een vaccin?

Een vaccinatie (inenting) beschermt tegen ernstige infectieziekten. Zoals kinkhoest, mazelen en baarmoederhalskanker. Na toediening beschermt het middel langdurig tegen specifiek schadelijk micro-organisme (pathogeen). Er zijn vaccins voor mens en dier.

Wat zit er in een vaccin?

Een vaccinatie bevat altijd drie verschillende groepen bestanddelen om het werkzaam te maken:



Werkzame stof

Dit zijn dode of verzwakte delen van de bacterie of het virus waar bescherming voor nodig is. Het kan dan gaan om een echt deel van een bacterie of virus, zoals bij de inentingen tegen pneumokokken. Sommige infectieziekten worden veroorzaakt door het gif dat een bacterie aanmaakt, zoals tetanus. De inenting daartegen bevat bescherming daartegen. Tenslotte bestaan er vaccinaties die levende, maar verzwakte virussen bevatten, zoals het vaccin tegen rotavirus, de bof en rodehond. Zij kunnen na inenting geen ernstige ziekte meer veroorzaken.

Hulpstoffen

Deze stoffen zijn toegevoegd aan het vaccin om de werkzame stof beter te kunnen laten werken of de houdbaarheid te verlengen.

Reststoffen

Dit zijn stoffen die tijdens het produceren van het vaccin zijn gebruikt en vrij zijn gekomen. Deze worden zoveel mogelijk verwijderd uit de vaccinatie

Hoe werkt een vaccin in het lichaam?

Na toediening van het middel, dat meestal wordt ingespoten middels injectie, maakt het lichaam antistoffen aan tegen het specifieke virus of bacterie. Wanneer de persoon later met dit virus of bacterie in aanmerking komt, is het lichaam al goed voorbereid. Het aanvallen en opruimen van de infectieziekte wordt direct en beter in gang gezet, zonder dat de persoon er (ernstig) ziek van wordt.

Welke vaccinaties kennen we?

Er bestaan verschillende vaccins voor verschillende groepen mensen. Zo krijgen kinderen vaccinatie tegen onder andere waterpokken, rotavirus, polio, kinkhoest en Hepatitis B. Tieners krijgen een prik tegen meningokokken en meisjes ook nog de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (HPV). Zwangere vrouwen krijgen in week 22 een vaccin dat de baby beschermt tegen kinkhoest. Ook kennen we allemaal wel de jaarlijks terugkerende griepprik, met name voor ouderen en andere risicogroepen. Tenslotte zijn de zogenaamde reizigersvaccinaties bekend. Je neemt dan bijvoorbeeld een vaccinatie tegen malaria of hepatitis.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*