Het beroep van verpleegkunde wordt uitgevoerd door gediplomeerde verpleegkundigen. Deze zorgprofessionals zijn zowel mbo- als hbo- geschoold. De functie kan worden beoefend in legio werkvelden: verzorgingshuis, verpleeghuis, gehandicaptenzorg, wijkverpleging, thuiszorg en het ziekenhuis. Daarnaast kunnen verpleegkundigen ook werkzaam zijn op andere werkplekken, niet aan het bed.

Veranderingen binnen de verpleegkunde

Onder andere door maatschappelijke veranderingen vraagt het beroep steeds meer en andere dingen van de verpleegkundigen. Waar de functie eerder meer op het verzorgen en verplegen van patiënten was gericht, heeft de verpleegkundige nu een meer verantwoordelijke baan. Artsen vragen dat zij actief meedenken en klinisch redeneren. Patiënten zelf worden mondiger en vragen om voorlichting en preventie over hun aandoening. En verpleegkundigen moeten goed kunnen beargumenteren waarom zij een bepaalde verpleegtechnische handeling uitvoeren en wanneer zij dat mogen en kunnen doen (bijvoorbeeld catheteriseren voor de nacht bij een bepaalde blaasinhoud).

Handelen van de verpleegkundige binnen kaders

Om al deze nieuwe veranderingen aan te kunnen, zijn ook de beroepscode, het beroeps- en opleidingsprofiel hierop aangepast. De beroepscode helpt je bij (morele) dilemma’s. Er wordt iets van je gevraagd. Moet je dat echt op een bepaalde manier doen? Zou de patiënt niet beter geholpen zijn op een andere manier? Check de beroepscode voor een helpende hand.

Het beroepsprofiel, opgesteld door beroepsvereniging V&VN, vertelt je aan welke competenties de verpleegkundige moet werken. Die worden in zeven rollen gegoten: de CanMEDS, zoals zorgverlener, organisator, kwaliteitsbevorderaar en communicator. Opdrachten en taken kun je telkens in één of meerdere rollen wegzetten.

Het opleidingsprofiel, Bachelor of Nursing 2020, vertelt je over de meest recente visie op de gezondheidszorg. Het omschrijft de competenties waaraan het onderwijs is opgesteld en doet dat volgens kritische beroepssituaties uit de praktijk. Het boek wordt gebruikt door zowel studenten en leerlingen, als ook docenten en praktijkopleiders en leidinggevenden op de afdeling.