Glasgow coma schaal: dit internationaal bekende meetinstrument wordt gebruikt om de mate van bewustzijn van de patiënt weer te geven. Deze eenduidige methode wordt onder andere gebruikt bij: na een intracraniële operatie, bij een neurologische aandoening (CVA, meningitis), traumapatiënten, na intoxicatie. Er worden punten gescoord op 3 punten. Hoe hoger de score (maximaal 15) op de schaal, hoe hoger het bewustzijn. Bij 3 punten is de patiënt diep comateus.

Bij de glasgow comaschaal wordt gescoord op drie punten, de zogenaamde EMV score (AVPU):
– E: het openen van de ogen.
– M: de motorische reactie.
– V: de verbale reactie.

Punten scoren bij de Glasgow coma schaal

Openen van de ogen

Spontaan4De patiënt opent de ogen spontaan.
Op aanspreken3De patiënt opent de ogen op aanspreken.
Op pijn2De patiënt opent de ogen bij een pijnprikkel.
Niet1De ogen blijven gesloten.

Motorische reactie

Opdracht uitvoeren6De patiënt voert een opdracht uit.
Pijn lokaliseren5De patiënt wijst de plaats van de pijn aan (of probeert dat).
Afweren4De patiënt maakt afwerende beweging bij pijnprikkel, maar het lukt niet om de handen tot aan de pijnlocatie te bewegen
Buigreactie3Armen en handen worden op een abnormale manier gebogen. De benen zijn meestal gestrekt.
Strekreactie2Krampachtig strekken van de armen bij de pijnprikkel
Afwezig1Geen reactie op pijnprikkel.

Verbale reactie

Georiënteerd5Georiënteerd in tijd, plaats en persoon.
Verward4Verwardheid in tijd, plaats of persoon of het onvermogen om een gesprek te voeren.
Inadequaat3Verstaanbare woorden, geen zinnen. Zinnen zonder samenhang.
Onverstaanbaar2Onverstaanbare geluiden (gekreun, gegrom).
Geen reactie1Geen geluid of spraak.

Uitvoeren van de Glasgow comaschaal

  • Benader de patiënt en observeer op spontane activiteit (ogen open of verbale reactie).
  • Observeer de patiënt bij aanspreken.
  • Bij geen reactie, dien dan een pijnprikkel toe (druk uitoefenen op het nagelbed) en observeer op reactie (ogen, verbaal, motorisch)
  • Maak de score op.

De Glasgow coma schaal kan gebruikt worden bij het monitoren van je patiënt, naast andere klinische meetinstrumenten en hulpmiddelen als klinisch redeneren en het monitoren van de vitale functies.