De vitale functies van de mens zijn de meest belangrijke functies in het lichaam. Deze houden het menselijk lichaam in leven. Een belangrijk taak in het werk van de verpleegkundige is het monitoren en controleren van deze waarden en een wijziging hierin opmerken en beoordelen. De vitaal bedreigde patiënt herken je door regelmatig de EWS score af te nemen. De vitale functies die we kennen zijn: ademhaling, bloedcirculatie, bewustzijn, temperatuur. Wanneer één van de functies een stoornis heeft of wegvalt, heeft dat gevolgen voor de anderen. De normaalwaarden die meestal worden aangehouden staan hieronder. We bekijken eerst waar je per vitale functie op kunt letten bij het beoordelen ervan.




Vitale functies per categorie

Ademhaling

Bij het beoordelen van de ademhaling kan de zorgprofessional (arts, verpleegkundige) op de volgende factoren letten.

Ademfrequentie (aantal ademhalingen per minuut)
Ritme (het ritme van de ademhalingen of bijvoorbeeld het ademhalen met pauzes)
Diepte en gelijkmatigheid (de hoeveelheid lucht ingeademd per inademing)
Adembewegingen (dit doet de patiënt op zijn ademhalingsspieren, let op de nek en neusvleugels)
Ademgeluiden (piepen, reutelen, rochelen)
Saturatie (hoeveelheid zuurstof die in de weefsels wordt opgenomen. Het gemeten percentage kan lager liggen bij een longaandoening zoals COPD)

Hartslag

Bij het beoordelen van de hartslag kan de zorgprofessional (arts, verpleegkundige) op de volgende factoren letten.

Frequentie (het aantal hartslagen per minuut)
Ritme (slaat het hart regelmatig of onregelmatig)
Vulling (is de vulling per hartslag: veel of weinig)
Gelijkmatigheid (van de vulling van de hartslag)

Bloeddruk

Bij het beoordelen van de bloeddruk kan de zorgprofessional (arts, verpleegkundige) op de volgende factoren letten.

Systolische bloeddruk (bovendruk in de bloedvaten) in mmHg (millimeter kwikdruk)
Diastolische bloeddruk (onderdruk in de bloedvaten) in mmHg (millimeter kwikdruk)

Temperatuur

Bij het beoordelen van de temperatuur kan de zorgprofessional (arts, verpleegkundige) op de volgende factoren letten.

Lichaamstemperatuur (in graden Celsius: °C). Wanneer de temperatuur niet optimaal is, verlopen proces in het lichaam minder goed. Verhoging of koorts kan duiden op een infectie of ziekte, een reactie van het lichaam.

Bewustzijn

Bij het beoordelen van het bewustzijn kan de zorgprofessional (arts, verpleegkundige) op de volgende factoren letten.

Een volwassen persoon heeft een normaal bewustzijn bij de volgende kenmerken, gemeten volgens de AVPU methode.
A: alertheid: reageert adequaat op vragen en kijkt spontaan naar de ander.
V: verbaal: de persoon reageert op aanspreken en opent daarbij de ogen.
P: pijn: de persoon reageert op een pijnprikkel.
U: unresponsive: geen enkele reactie op bovenstaande prikkels.

Normaalwaarden vitale functies

(Bij volwassen, gezonde personen)
Ademhalingsfrequentie: 12-18 p/min.
Hartslag: 60-80 p/min.
Systolische bloeddruk: 115-130 mmHg.
Saturatie: >98%
Lichaamstemperatuur: 36,5-37,5 °C.

Het leren kennen van de vitale functies en de normaalwaarden daarvan zijn cruciaal voor verpleegkundigen, verzorgenden en andere zorgprofessionals. Je hebt het nodig bij het monitoren van je patiënt of bij het klinisch redeneren.

Vitale functies en klinisch redeneren

Ook bij andere verpleegkundige methoden, zoals klinisch redeneren en communiceren met SBAR, zul je op de hoogte moeten zijn van de vitale normaalwaarden. Bij klinisch redeneren onderzoek je de situatie van de patiënt. Door middel van het meten van de vitale functies monitor je een klinisch bedreigde patiënt. Ook bij communiceren met andere zorgprofessionals, bijvoorbeeld door gebruik van SBARR, is het goed kunnen meten en beoordelen van de lichaamsfuncties essentieel.

 

Bron: bron